Skip to main content

Beschrijving van de motor (914.4 + 914-2.0)

De in de Porsche 914 ingebouwde motor is een luchtgekoelde 4-cilinder viertakt boxer motor met electronisch gestuurde benzine-inspuiting.

Hij is met vier bouten aan de versnellingsbak geschroefd. Het aggregaat – versnellingsbak en motor – steunt aan de voorzijde op een dwarsbalk die in rubbers is opgehangen aan de linker en rechter kokerbalk.
Bij de 914-2.0 is de, nu in gietstaal vervaardigde dwarsbalken geschroefd en staat de motor op zachte rubbers die weer op de dwarsbalk steunen. Aan de achterzijde is het aggregaat opgehangen in rubbers, aan en in de carrosserie verwerkte kokerbalk.

De ontsteking
De ontsteking werkt als accu-ontsteking met een bobine en stroomverdeler. De accuspanning van 12 Volt wordt door de bobine naar de benodigde hoogspanning omgevormd en door de stroomverdeler naar de vier bougies geleid. De aandrijving van de stroomverdeler wordt verzorgd dor een messing tandwiel op de krukas.

Cilinderkop
De motor heeft twee cilinderkoppen. Elke cilinderkop staat op twee cilinders. De uit gietaluminium vervaardigde koppen hebben ingekrompen klepzittingen en klepgeleiders. De uitlaatkleppen zijn met een hoogwaardige kwaliteit chroomnikkelstaal gepantserd. Bij de 2.0 ltr. Motoren zijn de uitlaatkleppen ook nog eens natrium gevuld voor een betere warmteafvoer.

Klepbediening
De nokkenas is in het carter 3-maal gelagerd in gedeelde stalen lagers met een witmetaal oppervlak.
Aan de nokkenas zit een schuinvertand aluminium tandwiel geklonken wat aangedreven wordt door de krukas.
De bediening van de kleppen wordt mogelijk gemaakt met behulp van nokvolgers, aluminium stoterstangen en tuimelaars. De nokkenas bedient met vier nokken acht kleppen.

Cilinders en zuigers
De vier gietijzeren cilinders zijn gelijk aan elkaar en kunnen samen met de daarbij behorende zuiger los vervangen worden. De lichtmetalen zuigers met stalen versterkingsbruggen hebben twee compressieveren en een olieschraapveer. De pistonpen is zwevend in het drijfstangoog gelagerd en zijdelings door twee seegerringen in de zuiger geborgd.

Krukas en drijfstangen
De krukas is uit één stuk gesmeed, de lagertappen zijn inductief gehard. De as is in het carter viermaal gelagerd. Het achterste lager neemt tevens de axiaalkrachten op. De eveneens gesmede drijfstangen hebben uitwisselbare lagerschalen.

Carter
Het tweedelige carter is van aluminium gegoten en tezamen bewerkt en moeten altijd gepaard vervangen worden.

De koeling
De koeling is uitgevoerd als geforceerde luchtkoeling.
De benodigde lucht wordt verkregen door een aan de krukas gemonteerde ventilator. De als schoepenrad uitgevoerde ventilator zuigt de lucht aan en perst de lucht langs de van koelribben voorziene cilinders en cilinderkoppen weer naar buiten. Een deel van de frisse koellucht wordt voor de verwarming gebruikt. De lucht wordt dan door een drie meter lange buis geleid die om de vier uitlaatpijpen gemonteerd is . De soms wel 80°C warme lucht wordt dan al naar gelang de stand van de kachelklep naar buiten geperst of het gaat het interieur in. Een thermostaat die onder de linker cilinder kop is gemonteerd bedient via een staalkabeltje twee kleppen in het ventilatorhuis. De kleppen regelen de koelluchthoeveelheid zodat de koude motor zo snel mogelijk warm wordt en de bedrijfstemperatuur zoveel mogelijk constant is onder alle omstandigheden. De verwarming wordt hierdoor niet beïnvloed.

De smering
De smering is uitgevoerd als druksmering met een aparte oliekoeler. De tandwiel-oliepomp bevindt zich aan de aandrijfkant van de nokkenas en wordt ook door deze aangedreven.
De olie wordt vanuit het diepste punt uit het carter opgezogen en wordt via de oliekoeler naar de oliekanalen geperst. Een deel van de olie wordt door de krukaslagers in de van oliekanalen voorziene krukas geperst en smeert de nokkenaslagers. Een derde deel vervolgt zijn weg door de holle stoterstangen en smeert de tuimelaars en klepstelen. De cilinderwanden, zuigers en pistonpenlagers worden gesmeerd door rond spattende olie.
Verontreinigingen wordt door een in de hoofdstroom geplaatst oliefilter en door een zeef onder in het carter tegengehouden. Bij een verstopt oliefilter opent zich een kogelklep bij het oliefilter en gaat de oliestroom direct naar de lagers.
De oliekoeler is rechts van het carter geplaatst en wordt door een deel van de koellucht gekoeld. Hij is in het oliecircuit zo ingebouwd dat alle olie bij warme motor eerst door de koeler moet voordat de olie naar de te smeren onderdelen gaat. Door deze oliekoeler behoudt de olie zelfs bij zeer warme dagen en hoge belasting zijn smeercapaciteit.
Door een, in het eind van de hoofdgalerij geplaatst, oliedrukregelventiel wordt de oliedruk bij de krukas- en nokkenaslagers op ongeveer 2 bar constant gehouden.
In het oliekanaal tussen de oliekoeler is een oliedrukschakelaar geplaatst. Bij een oliedruk boven 0,15 tot 0,45 bar onderbreekt de schakelaar de massa voor het controlelampje waardoor deze dooft.

Eerstvolgende evenementen

  • In 2021